190 centimeter, inzetbaar op kasseien, in een massasprint, in een tijdrit en zelfs bergop. Dat is de kern van Wout van Aert, de Belgische wielrenner uit Herentals die naam maakte in het veldrijden en daarna uitgroeide tot een van de opvallendste allrounders in het wegwielrennen.
Van Aert, geboren op 15 september 1994, rijdt voor België en komt sinds maart 2019 uit voor de ploeg die eerst Team Jumbo-Visma heette en later Visma | Lease a Bike. Zijn loopbaan valt op door zeldzame veelzijdigheid: drie opeenvolgende wereldtitels in het veld, winst in grote klassiekers, etappezeges in de Tour de France, de Vuelta a España en de Giro d’Italia, plus olympische medailles op de weg en in de tijdrit.
Vroege jaren en eerste stappen
De basis van zijn carrière lag in het veldrijden. Van Aert reed vanaf het seizoen 2006/07 in de West-Brabantse Veldritcompetitie. In 2010 en 2011 maakte hij deel uit van het jeugdteam van Telenet-Fidea, een omgeving waarin hij verder kon bouwen aan zijn techniek, explosiviteit en inhoud.
Zijn profdebuut volgde in 2013 bij Telenet-Fidea. In die eerste jaren reed hij voor ploegen die vooral in het veld actief waren. Na Telenet-Fidea in 2013 en 2014 volgden Crelan-Vastgoedservice en Vastgoedservice-Golden Palace tussen 2014 en 2016, daarna Veranda’s Willems-Crelan in 2017 en 2018 en vervolgens Cibel-Cebon Offroad Team tot maart 2019.
Die route past bij zijn achtergrond. Van Aert kwam niet via een klassieke wegopleiding direct in het WorldTour-peloton terecht, maar via het veldrijden, waar techniek, positionering en herhaalde inspanningen centraal staan.
Doorbraak in het veld en op de weg
Het jaar 2016 geldt als zijn echte doorbraak. In dat seizoen pakte hij zijn eerste wereldtitel veldrijden. Het was ook het jaar van zijn eerste profzege op de weg, een belangrijk signaal dat hij meer was dan alleen een specialist in de winter.
Wat daarna volgde, was uitzonderlijk. Van Aert werd wereldkampioen veldrijden in 2016, 2017 en 2018. Drie opeenvolgende titels zetten hem definitief neer aan de top van die discipline. Daarnaast werd hij vijf keer Belgisch kampioen veldrijden, in 2016, 2017, 2018, 2021 en 2022.
Die reeks maakte duidelijk waarom hij vaak als allrounder wordt omschreven. In het veld combineerde hij kracht, stuurvaardigheid en koersinzicht. Tegelijk groeide zijn potentieel op de weg.
De overstap naar de wegploeg
In maart 2019 stapte Van Aert over naar Team Jumbo-Visma, de ploeg die later Visma | Lease a Bike ging heten. Die overgang was een belangrijk kantelpunt. Vanaf dat moment kwam zijn wegcarrière in een andere fase terecht, met een programma waarin klassiekers, grote rondes en tijdritten samenkwamen.
Zijn seizoen 2019 leverde direct resultaat op. In het Critérium du Dauphiné won hij de tijdrit, etappe 4, en ook het puntenklassement. Dat was een vroege aanwijzing dat hij niet alleen in eendagskoersen, maar ook in rittenkoersen zijn stempel kon drukken.
In datzelfde jaar werd hij Belgisch kampioen tijdrijden, een titel die hij later ook in 2020 en 2023 zou winnen.
Doorbraak in het wegwielrennen
Het seizoen 2020 was zijn doorbraak op de weg. Van Aert won Milaan-San Remo en Strade Bianche, twee koersen die verschillende kwaliteiten vragen. Milaan-San Remo draait vaak om positionering, timing en sprintvermogen. Strade Bianche vraagt juist inhoud, stuurmanskunst en kracht op onverharde stroken.
Daarnaast won hij twee etappes in de Tour de France. Die combinatie van klassiekers en rittenkoersen onderstreepte meteen zijn breedte als renner.
Ook op kampioenschappen stond hij dat jaar vooraan. Op het wereldkampioenschap wegwedstrijd pakte hij zilver, net als op het wereldkampioenschap tijdrijden. Op de Olympische Spelen van Tokio, gehouden in 2021, won hij zilver in de wegrit.
Klassiekerspecialist met breed profiel
Na zijn doorbraak volgden nieuwe overwinningen in uiteenlopende koersen. In 2021 won hij Gent-Wevelgem en de Amstel Gold Race. In datzelfde jaar werd hij Belgisch kampioen op de weg en eindigde hij als 19e in het eindklassement van de Tour de France. Ook werd hij opnieuw tweede op het WK tijdrijden.
In 2022 volgde een van zijn meest complete wegseizoenen. Van Aert won Omloop Het Nieuwsblad, E3 Harelbeke en Bretagne Classic. In de Tour de France veroverde hij de groene trui in het puntenklassement en boekte hij drie etappezeges. Hij kreeg ook de Prijs van de Strijdlust.
Die Tour leverde hem nog een bijzonder historisch feit op. Hij werd de eerste renner sinds Bernard Hinault in 1979 die in dezelfde Tour de France een bergrit, een individuele tijdrit en een massasprint won. Dat vat zijn profiel misschien wel beter samen dan welk etiket ook.
In 2023 won hij opnieuw E3 Harelbeke, werd hij voor de derde keer Belgisch kampioen tijdrijden en pakte hij zilver op het WK wegwedstrijd.
Grote rondes en etappezeges
Waar veel renners zich moeten beperken tot een duidelijk specialisme, beweegt Van Aert zich op meerdere fronten tegelijk. Tussen 2019 en 2025 won hij tien etappes in de Tour de France. In 2024 voegde hij daar drie ritzeges in de Vuelta a España aan toe. In 2025 won hij een etappe in de Giro d’Italia.
Met die ritzege in de Giro voltooide hij de trilogie van etappezeges in alle drie de grote rondes, op 18 mei 2025.
Zijn palmares in rittenkoersen begon al eerder met de Ronde van Denemarken in 2018, waar hij het eindklassement won en ook etappe 2. Dat was nog voor zijn jaren bij de huidige ploeg, maar het liet al zien dat hij meer kon dan één type koers rijden.
Grootste zeges in de klassiekers
In de klassiekers bouwde Van Aert een lijst op die over meerdere soorten parcours loopt. Hij won:
Milaan-San Remo in 2020, Strade Bianche in 2020, Gent-Wevelgem in 2021, Amstel Gold Race in 2021, Omloop Het Nieuwsblad in 2022, E3 Harelbeke in 2022 en 2023, Bretagne Classic in 2022, Kuurne-Brussel-Kuurne in 2024 en Parijs-Roubaix in 2026.
Die reeks bevestigt hem als kasseispecialist en heuvelspecialist tegelijk. Hij kan een zware koers overleven, zelf aanvallen, een sprint van een kleine groep winnen en in sommige wedstrijden ook in dienst van ploeggenoten rijden als lead-out.
Speelstijl en waarom hij zo moeilijk te plaatsen is
Van Aert wordt vaak omschreven als allrounder, en dat is hier geen leeg label. Zijn sterke punten liggen in veelzijdigheid, explosieve kracht, werkethiek, tijdrijden, sprinten en koersen op kasseien en heuvels. Hij kan winnen op bijna elk terrein, van een massasprint tot een tijdrit en van een kasseiklassieker tot een zware rit in een grote ronde.
Opvallend is ook zijn statistische profiel. Hij heeft een hoog aantal podiumplaatsen, 100 in zijn wegcarrière per augustus 2023, maar relatief minder overwinningen in monumenten en kampioenschappen dan dat aantal podiums doet vermoeden. Dat verklaart waarom hij geregeld als “eeuwige tweede” wordt neergezet, ondanks zijn grote erelijst.
Zijn totaal aantal profzeges stond op 54 per 29 juli 2026.
Olympische en mondiale prestaties
Naast zijn drie wereldtitels in het veld heeft Van Aert ook op de weg en in de tijdrit meerdere medailles verzameld. Op de wereldkampioenschappen wegwedstrijd won hij zilver in 2020 en 2023. In het tijdrijden werd hij tweede in 2020 en 2021.
Op de Olympische Spelen behaalde hij zilver in de wegrit van Tokio en brons in de individuele tijdrit van Parijs.
Daarmee hoort hij bij de kleine groep renners die in veldrijden, klassiekers, grote rondes, tijdritten en kampioenschapskoersen allemaal op het hoogste niveau hebben meegedaan.
Blessures, tegenslag en recente fase
Zijn loopbaan kent niet alleen zeges. Van Aert had in 2019 een zware valpartij in de Tour de France, gevolgd door een lange revalidatie. In 2024 kwam daar een val in Dwars door Vlaanderen bij, met verscheidene breuken.
Begin 2026 raakte hij betrokken bij een crash in de Zilvermeercross, waarbij hij verstuikte enkelbanden en een gebroken enkel opliep. Later dat jaar kreeg hij te maken met een ernstige bacteriële infectie aan de elleboog. Daardoor miste hij de Tour de France van 2026.
Toch bleef hij actief. Per juli 2026 stond hij nog altijd te boek als actief renner. Op 11 juni 2026 won hij etappe 5 in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes. Op 29 juli 2026 keerde hij terug met winst in etappe 1 van de PostNord Tour of Denmark.
Ploeg, ranking en achtergrond buiten de koers
Van Aert rijdt sinds maart 2019 voor dezelfde ploegstructuur, eerst als Team Jumbo-Visma en later als Visma | Lease a Bike. Sinds 2023 werkt hij met Mathieu van der Poel als coach. Hij vertegenwoordigt België.
In de UCI World Ranking stond hij één week aan de leiding in september 2021. Verder wordt hij genoemd als zesde onder actieve renners, met daarnaast een CQ-waarde van 1124 als opgegeven rankingcijfer.
Buiten de koers komt hij uit een wielerfamilie. Zijn oom Jos van Aert was ook profwielrenner. Voor zijn profcarrière studeerde hij toegepaste informatica. Van Aert woont in Herentals, is sinds 2018 getrouwd met Sarah De Bie en heeft twee zoons, Georges en Jerome.
FAQ
Hoeveel keer is Wout van Aert wereldkampioen veldrijden geworden?
Drie keer, in 2016, 2017 en 2018.
Welke grote klassiekers heeft Wout van Aert gewonnen?
Hij won Milaan-San Remo in 2020, Strade Bianche in 2020, Gent-Wevelgem in 2021, Amstel Gold Race in 2021, Omloop Het Nieuwsblad in 2022, E3 Harelbeke in 2022 en 2023, Bretagne Classic in 2022, Kuurne-Brussel-Kuurne in 2024 en Parijs-Roubaix in 2026.
Heeft Wout van Aert een olympische medaille?
Ja. Hij won zilver in de wegrit van Tokio en brons in de individuele tijdrit van Parijs.
Voor welk team rijdt Wout van Aert?
Sinds maart 2019 rijdt hij voor de ploeg die eerst Team Jumbo-Visma heette en later Visma | Lease a Bike.
Hoeveel etappes heeft Wout van Aert gewonnen in de Tour de France?
Tien etappes tussen 2019 en 2025.
Wat is de status van Wout van Aert?
Hij is actief. Na een ernstige bacteriële infectie aan de elleboog keerde hij op 29 juli 2026 terug met winst in etappe 1 van de PostNord Tour of Denmark.



